Citeren

Wat weten wij nog?

Help mij Here God!
Hoe dikwijls moest ik
met spijt constateren:
de man in de straat
weet haast niets
van Christus en van
godsdienst af !

M. Luther (+1546)

Tast toe en eet!

Vasten heeft iets met voedsel. Eten!
Het manna in de woestijn en het water uit de rots,
zuurdeeg dat weg moet omdat het oud is,
nieuw deeg met een andere gist of zonder desem,
harde brokken voor onderweg.

Lees verder

Vasten houden

Je las de titel hierboven zeker méérdere keren. Je vroeg je af wat er staat. Vasten én houden, twee werkwoorden naeen ? Of vast én houden, maar die twee laten zich nog minder verbinden.

Lees verder

Citeren

Heeft vasten wel zin?

Je vraagt je af
of het wel zin heeft
te vasten ?
Hoe poets je anders
de roestplekken weg
die in de loop van het
jaar verschenen
op de spiegel van je
christen zijn ?

naar Leo de Grote,
paus van Rome, 6e eeuw

Citeren

Abnormaal

“Wij moeten het ‘verschil’ maken.

Anders zijn dan een vereniging van niet-gelovigen. We zullen een beetje meer ‘abnormaal’ moeten willen worden in de ogen van de buitenwacht. Dat zijn we niet gewoon. Nog niet zó lang geleden was heel Vlaanderen katholiek. En wat katholiek was, dat heette normaal. Persoonlijk geloof, hoe belangrijk ook, leek ondergeschikt aan meedoen, geen uitzondering maken, u niet laten kennen.

Let wel, ook vandaag is er eenzelfde druk: om mee te doen, normaal te zijn, precies zoals vroeger. Alleen is normaal vandaag in geen geval nog katholiek of christelijk of gelovig. Integendeel.”

P.Piet tijdens het laatste “Breed Beraad” n.a.v. de visietekst van ons bisdom.

Opsteken, die opsteker!

Guur weer maar prima sfeer zaterdag in de tuinkapel. we zongen met z’n allen een lied om te beginnen, hoorden Paulus aan in zijn brief aan de Romeinen. Dat we wakker moeten blijven en hoorden hoe de bisschop de tekst commentarieerde naar onze situatie toe, want, zoals afgesproken, we deden een boekje open over de beleidsnota van de bisschop; zijn visietekst
Lees verder

Citeren

Dixit Augustinus…

Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste.
Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed.
Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zijn de tijden
dixit Augustinus (in 410)