P. Roeland Van Meerssche

 

Mensen die het klooster ingaan, moeten wel van een andere tijd zijn. Sommigen zullen zeggen; van een andere planeet.
Kan je voor jezelf zeggen, hoe het begon, datgene wat je de stap deed zetten?

Ik denk niet dat mensen die op vandaag naar het klooster gaan van een andere tijd en zeker niet van een andere planeet zijn. Naar het klooster gaan betekent ook een keuze maken. Het is een kiezen voor God, maar ook voor de mensen. Het is vanuit een verbondenheid met de Heer dat men gezonden wordt om een bijzondere taak te vervullen in de wereld van nu.
Zo is het althans met mij gegaan. Er is altijd het verlangen geweest naar een meer contemplatief leven en tegelijkertijd het verlangen om wat ik kreeg aan vele anderen door te geven. In de Karmel kon ik dat verlangen verwezenlijken.

Een zee van tijd is intussen door je heen gegaan, en de tijden zijn anders geworden. Hoe is het met jezelf gegaan, al die tijd. Hoe ben je intussen geworden ?
Er is natuurlijk een groot verschil tussen de tijd van mijn intrede (1962) en nu. Zoals een oudere medebroeder eens gezegd heeft: ‘Men heeft dan al vele watertjes doorzwommen’. In de loop van die 50 jaar is er inderdaad veel gebeurd; zowel in het persoonlijk leven als in de Kerk en in het kloosterleven. Maar ik meen dat, indien men trouw blijft aan zijn roeping, men mee kan evolueren naar een harmonisch en gezond evenwicht in zijn leven. Al is het vaak met vallen en opstaan. Het is zoals men vroeg aan een oudvader: ‘Wat doe je de hele dag?’ De man antwoordde: ‘Vallen en opstaan; vallen en opstaan; vallen en opstaan’.

Zou het klooster écht “van gisteren” zijn of “van een andere wereld”? Kan het nog, hier en nu, vandaag in deze tijd?
Zo kan men zeggen dat het kloosterleven zeker niet van een andere wereld of een andere tijd is. Het zijn mensen die het aandurven veel achter te laten om de Heer te volgen. Mensen die getuigen willen zijn van een levende God waar onze wereld, ondanks alles, toch naar hunkert.